Vleermuis
Werkgroep
Twente
Wij zijn een kleine groep enthousiaste vrijwilligers die zich vanaf 2025 inzet om vleermuizen in de gemeente Hengelo te beschermen. Met de ambitie ons werkterrein en werkzaamheden verder uit te breiden. Sluit je bij ons aan!
foto: Johann Prescher
Werkgroep in oprichting
Twentse vleermuizen beschermen
Sluit je aan als vrijwilliger
Vleermuiswerkgroep Twente (VWT) is in 2025 opgericht en vooralsnog zijn we actief in gemeente Hengelo. VWT is onstaan tijdens de uitvoering van een vleermuisonderzoek dat in opdracht van de gemeente is gedaan.
Vrijwilligers hebben toen een steentje bijgedragen en dat leidde tot het onstaan van deze werkgroep. Ons eerste doel is om zo veel mogelijk verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in kaart te brengen binnen de gemeente.
foto: Nicole Pelle

Soortenmanagement Plan 2026
foto: Nicole Pelle

Vleermuiskolonies opsporen
Via het gebiedsgerichte SMP 2026
In 2026 gaat ecologisch bureau Lycens in gemeente Hengelo (Hengelo en Beckum) verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten opsporen en vastleggen. Zo’n gemeentebreed, grootschalig ecologisch onderzoek wordt een Soortenmanagementplan (SMP) genoemd.
Het wordt uitgevoerd via het landelijke, gestandaardiseerde vleermuisprotocol. VWT zoekt in eerste instantie vrijwilligers die uitvliegende vleermuizen willen tellen in de kraamperiode van half mei tot half juli 2026.

Foto: Elzo Springer
Telemetrieonderzoek
Vangen, zenderen & opsporen
In Hengelo is in de zomer van 2025 een telemetrieonderzoek uitgevoerd door een ecoloog. Hij is gecertificeerd om met vleermuizen te werken en gemachtigd om dierproeven uit te voeren.
Via het zenderen van individuen zijn (kraam)verblijven van meerdere soorten vleermuizen opgespoord. De focus daarbij lag op de Laatvlieger (Eptesicus serotinus). Het vermoeden bestaat dat (kraam)verblijven van deze soort regelmatig worden gemist bij het reguliere veldonderzoek (het standaard vleermuisprotocol).
Een deelvraag was of een combinatie van regulier veldonderzoek (batdetectors en warmtebeeldcamera) met telemetrieonderzoek betere resultaten oplevert. Wil je meer weten over dit telemetrieonderzoek? Download het rapport.
Gebouwbewonende soorten
Laatvlieger
Een gebouwbewonende soort
De nog jonge werkgroep VWT richt zich in eerste instantie op het in kaart brengen van gebouwbewonende soorten in gemeente Hengelo. Maar wie zijn die ‘cultuurvolgende’ soorten die gebruik maken van onze huizen en gebouwen? We beginnen bij de laatvlieger. Het is één van de grotere vleermuissoorten van ons land. Hij is gebonden aan de mens, want deze soort gebruikt verschillende typen bebouwing in steden en dorpen als rust-, paar-, kraam- en winterverblijf.
In het voorjaar gebruikt een kraamkolonie – vele vrouwtjes met ieder een jong – binnen een stadsdeel een netwerk van verblijfplaatsen. Mannetjes leven dan apart van de dames: solitair of in kleine aantallen samen. Zij hebben hun eigen netwerk van zomerverblijfplaatsen. Overwinteren doen beide geslachten vermoedelijk solitair of hooguit in kleine groepen, maar veel is nog onbekend over deze soort.
Tijdens het telemetrieonderzoek 2025 zijn drie kraamkolonies van laatvliegers gevonden in gemeente Hengelo. Er zijn aanwijzingen voor nog een kraamkolonie (en misschien wel meer?). Door het lage aantal dieren (de ‘vleermuisdichtheid’) en vanwege hun beperkte zwermgedrag – het rondcirkelen voordat ze voor zonsopgang hun verblijf binnen gaan – is het lastig om verblijfplaatsen op te sporen met een batdetector en/of warmtebeeldcamera (regulier vleermuisonderzoek).
Het vormen van een accuraat beeld van het aantal stadskolonies en het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen is dus een hele opgave. Laatvliegers zijn daarom extra gevoelig voor de massale na-isolatie ‘golf’ die momenteel in Nederland gaande is. Het vermoeden is dat we de ‘hangplekken’ van deze soort onbedoeld ontoegankelijk maken door spouwmuren vol te spuiten met PUR-schuim, EPS-parels of minerale wol. (mogelijk als er op dat moment Laatvliegers aanwezig zijn!)
Dat is natuurlijk een zorgwekkend gegeven en op termijn een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van deze soort in ons land.
Laatvlieger
Een gebouwbewonende soort
VWT richt zich in eerste instantie op het in kaart brengen van gebouwbewonende soorten in gemeente Hengelo. Maar wie zijn die ‘cultuurvolgende’ soorten eigenlijk die gebruik maken van onze huizen en gebouwen? We beginnen bij de laatvlieger. Het is één van de grotere vleermuissoorten van ons land. Hij gebruikt verschillende typen bebouwing in steden en dorpen als rust-, paar-, kraam- en winterverblijf.
In het voorjaar vormt zich een kraamkolonie. Vele vrouwtjes – met ieder één jong – verblijven overdag samen. Ze hebben een netwerk van favoriete verblijfplaatsen waar ze tussen wisselen. Mannetjes leven apart van de dames: solitair of in kleine aantallen. Zij hebben in die periode hun eigen netwerk van zomerverblijfplaatsen.
Met het telemetrieonderzoek 2025 zijn drie kraamkolonies van laatvliegers gevonden in de gemeente. Het vermoeden is dat Hengelo ten minste nog een kolonie herbergt. Het vormen van een accuraat beeld van het aantal kolonies en het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen is bij Laatvliegers een hele opgave.
Ze zijn daarom extra gevoelig voor de massale na-isolatie ‘golf’ die momenteel in Nederland gaande is. Mogelijk spuiten we hun ‘hangplekken’ soms onbedoeld vol met PUR-schuim, EPS-parels of minerale wol. (mogelijk als er op dat moment Laatvliegers aanwezig zijn!)
Gewone dwergvleermuis
Algemeenste soort, gebouwbewonend
De algemeenste vleermuissoort in Nederland is de gewone dwergvleermuis. Zoals de naam al verraadt: het is een kleine soort met een gewicht van ruim vijf gram. Met ingevouwen vleugels past het dier in een lucifersdoosje. Dit is de tweede soort waar VWT zich op gaat richten in 2026 wanneer we gaan assisteren bij het Soortenmanagementprotocol.
Het is de vleermuis die je het meeste ziet jagen in wijken: in groene tuinen, langs bomenrijen en sloten. Ze zijn zeer nuttig. Een individu eet per nacht honderden muggen. Een goede reden om je tuin vleermuisvriendelijk te maken!
Grote wijken herbergen vaak minimaal één kolonie die is verdeeld over meerdere verblijfplaatsen waar tussen gewisseld wordt. In de gemeente zijn door vrijwilligers en via het telemetrieonderzoek in 2025 al zes kraamkolonies gevonden met het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen. Lees er meer over in het rapport Telemetrieonderzoek Hengelo 2025.
Deze soort lijkt pverigens iets minder strenge eisen te stellen aan zijn woonomgeving in vergelijking met andere vleermuissoorten. Maar ook hier geldt: door massaal na-isoleren kan de gewone dwergvleermuis een flinke knauw krijgen als te veel verblijfplaatsen verloren gaan of wanneer deze dieren opgesloten raken tijdens de werkzaamheden. Bedenk dat alle Nederlandse vleermuissoorten beschermd zijn! Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden, te vangen of hun verblijfplaatsen te verstoren, beschadigen of vernielen.
Hanteer zelf nooit vleermuizen! Lees meer over het hoe & wat.
Gewone dwergvleermuis
Algemeenste soort, gebouwbewonend
De algemeenste vleermuissoort in Nederland is de gewone dwergvleermuis. Zoals de naam al verraadt: het is een kleine soort met een gewicht van ruim vijf gram. Met ingevouwen vleugels past het dier in een lucifersdoosje. Dit is de tweede soort waar VWT zich op gaat richten in 2026 wanneer we gaan assisteren bij het Soortenmanagementprotocol.
Grote wijken herbergen vaak minimaal één kolonie die is opgesplitst in meerdere verblijfplaatsen waar tussen gewisseld wordt. In de gemeente zijn door vrijwilligers en via het telemetrieonderzoek in 2025 al 6 kraamkolonies gevonden met het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen. Lees het rapport Telemetrieonderzoek Hengelo 2025.
Door massaal na-isoleren kan ook de gewone dwergvleermuis een flinke knauw krijgen als te veel verblijfplaatsen verloren gaan of wanneer deze dieren opgesloten raken tijdens de werkzaamheden. Bedenk dat alle Nederlandse vleermuissoorten beschermd zijn! Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden, te vangen of hun verblijfplaatsen te verstoren, beschadigen of vernielen.
En andere soorten dan?
Grootoorvleermuis
Gebouw- en boombewonend
Zijn laatvlieger en gewone dwergvleermuis de enige gebouwbewonende soorten in Twente? Zeker niet. Een soort die ook leeft en jaagt binnen de bebouwde kom is de gewone grootoorvleermuis. Deze soort maakt gebruik van een zeer divers palet aan zomerverblijfplaatsen: op zolders, onder dakpannen, in schuren, maar ook in spechtengaten en scheuren in bomen. Bijvoorbeeld in bosplantsoenen in wijken. De kraamkolonies kunnen zich eveneens op deze plekken bevinden. Tijdens het SMP 2026 zal niet gericht gezocht worden naar kolonies van deze soort. De reden?
De kolonies en het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen zijn via regulier veldonderzoek (batdetector en warmtebeeldcamera) niet goed te achterhalen (toevalstreffers daargelaten). Deze soort produceert ‘zachte’ sonargeluiden die moeilijk te detecteren zijn met de huidige batdetectors. Grootoren jagen voornamelijk op hun gehoor (vandaar die grote oren). Ze luisteren naar insecten die zich verraden door te bewegen om ze vervolgens van bladeren en takken te grissen.
Tijdens het telemetrieonderzoek 2025 zijn er gewone grootoorvleermuizen in de mistnetten gevlogen. Sommige dieren zijn gezenderd en dat heeft tot de ontdekking van minimaal drie kraamkolonies in Hengelo geleid. Het vermoeden is dat de gemeente in ieder geval zes kolonies van deze soort herbergt.
Verder maken ook rosse vleermuizen soms gebruik van gebouwen. Hetzelfde geldt voor de baardvleermuis. In Beckum is van die laatste soort een verblijfplaats gevonden gedurende het telemetrieonderzoek 2025. De dieren verbleven daar achter de betimmering van de voorgevel van een horecapand. Verder zijn er tijdens het onderzoek meerdere watervleermuizen gezenderd en ook een bosvleermuis. De laatste twee soorten zijn strikt boombewonende soorten die foerageren binnen de bebouwde kom.
Een watervleermuiskolonie werd via telemetrie gevonden op een landgoed in Deurningen. De dieren verbleven daar in een oud spechtengat van een Amerikaanse eik langs de oprijlaan. De gezenderde en zeldzame bosvleermuis leidde naar een verblijfplaats in een zomereik in Enschede op een landgoed niet ver van de Grolsch Veste, het stadion van FC Twente.
Hanteer zelf nooit vleermuizen! Lees meer over het hoe & wat.
Grootoorvleermuis
Gebouw- en boombewonend
Zijn laatvlieger en gewone dwergvleermuis de enige gebouwbewonende soorten in Twente? Zeker niet. Een soort die ook leeft en jaagt binnen de bebouwde kom is de gewone grootoorvleermuis. Deze soort maakt gebruik van een zeer divers palet aan verblijfplaatsen: op zolders, onder dakpannen, in schuren, maar ook in spechtengaten en scheuren in bomen. De kraamkolonies kunnen zich eveneens op deze plekken bevinden.
Tijdens het telemetrieonderzoek 2025 zijn er gewone grootoorvleermuizen in de mistnetten gevlogen. Sommige dieren zijn gezenderd en dat heeft tot de ontdekking van minimaal drie kraamkolonies in Hengelo geleid. Het vermoeden is dat de gemeente in ieder geval zes kolonies van deze soort herbergt.
Verder maken ook rosse vleermuizen soms gebruik van gebouwen. Net als de zeldzamere baardvleermuis. In Beckum is van die laatste soort een verblijfplaats gevonden gedurende het telemetrieonderzoek 2025. Daarnaast zijn er toen meerdere watervleermuizen en een zeldzame bosvleermuis gezenderd. Dit zijn echte boombewonende soorten die wel foerageren binnen de bebouwde kom. Van elk van deze soorten is een kolonie gevonden.
Doelen VWT
foto: Nicole Pelle

Assisteren bij het SMP 2026
Focus op gewone dwergvleermuis en laatvlieger
We zijn een kersverse werkgroep. Het eerste doel is om de gemeente Hengelo en ecologisch bureau Lycens te ondersteunen bij het in kaart brengen van de populaties gewone dwergvleermuizen en laatvliegers. Lycens gaat daartoe in de vroege ochtenduren vanaf half mei tot half juli 2026 op zoek naar zwermende vleermuizen. Dit zal aanvullende informatie opleveren naast het telemetrieonderzoek dat in 2025 is uitgevoerd.
Op de adressen waar zwermgedrag is waargenomen, dient dezelfde avond geteld te worden. Daarvoor zijn vrijwilligers nodig. Geloof ons, het is hartstikke leuk om deze dieren achter elkaar uit te zien vliegen. Soms zijn het er tien, een andere keer maar dan honderd! VWT wil graag in contact komen met geïnteresseerden die willen assisteren.
VWT wil echter de komende jaren meer doen. We zullen de in kaart gebrachte kolonies van gebouwbewonende soorten blijven monitoren. Maar er zijn meer plannen:
Genoeg plannen dus, maar nogmaals stap voor stap. En het leuke aan vleermuiswerk? Er valt nog veel te ontdekken en leren over de leefwijze van deze unieke en ondergewaardeerde dieren.
foto: Nicole Pelle

Assisteren bij het SMP 2026
Focus op gewone dwergvleermuis en laatvlieger
We zijn een kersverse werkgroep. Het eerste doel is om de gemeente Hengelo en ecologisch bureau Lycens te ondersteunen bij het in kaart brengen van de populaties gewone dwergvleermuizen en laatvliegers. Lycens gaat daartoe in de vroege ochtenduren vanaf half mei tot half juli 2026 op zoek naar zwermende vleermuizen. Dit zal aanvullende informatie opleveren naast het telemetrieonderzoek dat in 2025 is uitgevoerd. VWT wil graag in contact komen met geïnteresseerden die willen assisteren.
De plannen van VWT voor de toekomst. Als eerste zullen we de in kaart gebrachte kolonies van gebouwbewonende soorten blijven monitoren. Maar er zijn meer plannen, denk aan:
Genoeg plannen dus, maar nogmaals stap voor stap. En het leuke aan vleermuiswerk? Er valt nog veel te ontdekken over de leefwijze van deze unieke en ondergewaardeerde dieren.




