Vleermuis
Werkgroep
Twente

VWT bestaat uit een kleine groep vrijwilligers die zich vanaf 2025 inzet om vleermuizen in de gemeente Hengelo te beschermen. Maak kennis met ons tijdens de Nacht van de Vleermuis 2026 op zaterdag 29 augustus van 19:30 tot 21:00 uur bij het Kristalbad tussen Hengelo en Enschede.

Nacht van de Vleermuis
Zaterdag 29 augustus, 19.30 – 21.00 uur, Kristalbad

Afbeelding: website Nacht van de Vleermuis

Vleermuis
Werkgroep
Twente

VWT bestaat uit een kleine groep vrijwilligers die zich vanaf 2025 inzet om vleermuizen in de gemeente Hengelo te beschermen. Maak kennis met ons tijdens de Nacht van de Vleermuis 2026 op zaterdag 29 augustus 2026 van 19:30 tot 21:00 uur bij het Kristalbad tussen Hengelo en Enschede.

Nacht van de Vleermuis
Zaterdag 29 augustus, 19.30 – 21.00 uur, Kristalbad

Afbeelding: website Nacht van de Vleermuis

Werkgroep in oprichting

Twentse vleermuizen beschermen

Sluit je aan als vrijwilliger

Vleermuiswerkgroep Twente (VWT) is in 2025 opgericht en vooralsnog zijn we actief in de gemeente Hengelo. VWT is onstaan tijdens de uitvoering van een vleermuisonderzoek dat in opdracht van de gemeente is gedaan.

Vrijwilligers hebben toen een steentje bijgedragen en dat leidde tot het onstaan van deze werkgroep. Het eerste doel is om zo veel mogelijk verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in kaart te brengen binnen de gemeente.

foto: Nicole Pelle

close-up van hesje met de tekst ecologisch onderzoek vleermuizen

Soortenmanagement Plan 2026

foto: Nicole Pelle

Close-up van een hand die een handteller vasthoudt om vleermuizen te tellen.

Vleermuiskolonies opsporen

Via het gebiedsgerichte SMP 2026

In 2026 gaat ecologisch bureau Lycens in Hengelo en Beckum verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten opsporen en registreren. Zo’n gemeentebreed, grootschalig ecologisch onderzoek wordt een Soortenmanagementplan (SMP) genoemd.

Het wordt uitgevoerd via het landelijke, gestandaardiseerde vleermuisprotocol. VWT zoekt vrijwilligers die uitvliegende vleermuizen willen tellen in de kraamperiode van half mei tot half juli 2026.

Onderzoeker houdt vleermuis vast en noteert met andere hand gegevens.

Foto: Elzo Springer

Telemetrieonderzoek

Vangen, zenderen & opsporen

In Hengelo is in de zomer van 2025 een telemetrieonderzoek uitgevoerd door een ecoloog. Hij is gecertificeerd om met vleermuizen te werken en gemachtigd om dierproeven uit te voeren.

Via het zenderen van individuen zijn (kraam)verblijven van meerdere soorten vleermuizen opgespoord. De focus lag op de Laatvlieger (Eptesicus serotinus). Het vermoeden bestaat dat (kraam)verblijven van deze soort regelmatig worden gemist bij het reguliere veldonderzoek (het standaard vleermuisprotocol).

Een deelvraag was of een combinatie van regulier veldonderzoek (batdetectors en warmtebeeldcamera) met telemetrieonderzoek betere resultaten oplevert. Wil je meer weten over dit telemetrieonderzoek? Download het rapport.

Video: Gemeente Hengelo Overijssel

Gebouwbewonende soorten

Laatvlieger

Eptesicus serotinus, gebouwbewonend

Video: Jan Mannak

VWT richt zich als eerste op het in kaart brengen en monitoren van gebouwbewonende soorten in de gemeente Hengelo. Maar wie zijn eigenlijk die ‘gevlerkte cultuurvolgers’ die gebruik maken van onze huizen en gebouwen? De laatvlieger is er één van. Deze vrij grote soort gebruikt verschillende typen bebouwing in steden en dorpen als rust-, paar-, kraam- en winterverblijf.

Een kraamkolonie – vele vrouwtjes met ieder één jong – benut in het voorjaar tot begin zomer in een wijk een netwerk van verblijfplaatsen. Mannetjes leven dan apart van de dames: solitair of in kleine aantallen samen. Zij hebben hun eigen netwerk van zomerverblijfplaatsen. Overwinteren doen beide geslachten vermoedelijk solitair of hooguit in kleine groepen, maar veel is nog onbekend over deze soort.

Tijdens het telemetrieonderzoek 2025 zijn drie kraamkolonies van laatvliegers gevonden in de gemeente Hengelo. Er zijn aanwijzingen voor ten minste nog een kraamkolonie (en misschien wel meer?). Vanwege hun lage ‘vleermuisdichtheid’ en beperkte zwermgedrag – het rondcirkelen voor het verblijf voor zonsopgang – is het lastig om verblijfplaatsen op te sporen met een batdetector en warmtebeeldcamera volgens het reguliere vleermuisprotocol.

Als gevolg daarvan is het moeilijk een accuraat beeld te vormen van het aantal stadskolonies en het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen. Laatvliegers zijn daarom extra gevoelig voor de massale na-isolatie ‘golf’ die momenteel in Nederland gaande is. Het vermoeden is dat we de ‘hangplekken’ van deze soort onbedoeld ontoegankelijk maken door spouwmuren vol te spuiten met PUR-schuim, EPS-parels of minerale wol. (mogelijk als er op dat moment Laatvliegers aanwezig zijn!)

Dat is natuurlijk een zorgwekkend gegeven en op termijn een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van deze soort in ons land.

Hanteer zelf nooit vleermuizen!

Laatvlieger

Eptesicus serotinus, gebouwbewonend

Video: Jan Mannak

VWT richt zich als eerste op het in kaart brengen van gebouwbewonende soorten in de gemeente Hengelo. De laatvlieger is er één van. Deze grote soort gebruikt verschillende typen bebouwing in steden en dorpen als rust-, paar-, kraam- en winterverblijf.

In het voorjaar vormt zich een kraamkolonie. Vele vrouwtjes – met ieder één jong – verblijven overdag samen. Ze hebben een netwerk van favoriete verblijfplaatsen waar ze tussen wisselen. Mannetjes leven dan apart van de dames: solitair of in kleine aantallen. Zij hebben in die periode hun eigen netwerk van zomerverblijfplaatsen.

Met het telemetrieonderzoek 2025 zijn drie kraamkolonies van laatvliegers gevonden in de gemeente. Het vermoeden is dat Hengelo ten minste nog een kolonie herbergt. Verblijfplaatsen van laatvliegers zijn moeilijk vast te stellen via het reguliere vleermuisonderzoek met batdetectors en warmtebeeldcamera’s.

Ze zijn extra gevoelig voor de massale na-isolatie ‘golf’ die momenteel in Nederland gaande is. Mogelijk spuiten we hun ‘hangplekken’ soms onbedoeld vol met PUR-schuim, EPS-parels of minerale wol. Mogelijk als er op dat moment Laatvliegers aanwezig zijn!

Hanteer zelf nooit vleermuizen!

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus, gebouwbewonend

De algemeenste vleermuissoort in Nederland is de gewone dwergvleermuis. Zoals de naam al verraadt: het is een kleine soort met een gewicht van ruim vijf gram. Met ingevouwen vleugels past het dier in een lucifersdoosje. Dit is de tweede soort waar VWT zich op gaat richten in 2026 wanneer we gaan assisteren bij het Soortenmanagementplan.

Het is de vleermuis die je het meeste ziet jagen in wijken: in groene tuinen, langs bomenrijen en sloten. Ze zijn zeer nuttig. Een individu eet per nacht honderden muggen. Een goede reden om je tuin vleermuisvriendelijk te maken!

Grote wijken herbergen vaak minimaal één kolonie die is verdeeld over meerdere verblijfplaatsen waar tussen gewisseld wordt. In de gemeente zijn door vrijwilligers en via het telemetrieonderzoek in 2025 al zes kraamkolonies gevonden met het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen. Lees er meer over in het rapport Telemetrieonderzoek Hengelo 2025.

Video: Jan Mannak

Deze soort lijkt overigens iets minder strenge eisen te stellen aan zijn woonomgeving in vergelijking met andere vleermuissoorten. Maar ook hier geldt: door massaal na-isoleren kan de gewone dwergvleermuis een flinke knauw krijgen als te veel verblijfplaatsen verloren gaan of wanneer deze dieren opgesloten raken tijdens de werkzaamheden. Bedenk dat alle Nederlandse vleermuissoorten beschermd zijn! Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden, te vangen of hun verblijfplaatsen te verstoren, beschadigen of vernietigen.

Hanteer zelf nooit vleermuizen!

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus, gebouwbewonend

De algemeenste vleermuissoort in Nederland is de gewone dwergvleermuis. Zoals de naam al verraadt: het is een kleine soort met een gewicht van ruim vijf gram. Met ingevouwen vleugels past het dier in een lucifersdoosje. Dit is de tweede soort waar VWT zich op gaat richten in 2026 wanneer we gaan assisteren bij het Soortenmanagementplan.

Grote wijken herbergen vaak minimaal één kolonie die is opgesplitst in meerdere verblijfplaatsen waar tussen gewisseld wordt. In de gemeente zijn door vrijwilligers en via het telemetrieonderzoek in 2025 al 6 kraamkolonies gevonden met het bijbehorende netwerk van verblijfplaatsen. Lees het rapport Telemetrieonderzoek Hengelo 2025.

Video: Jan Mannak

Door massaal na-isoleren kan ook de gewone dwergvleermuis een flinke knauw krijgen als te veel verblijfplaatsen verloren gaan of wanneer deze dieren opgesloten raken tijdens de werkzaamheden.

Hanteer zelf nooit vleermuizen!

En andere soorten dan?

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus, gebouw- en boombewonend

Video: Jan Mannak

Zijn laatvlieger en gewone dwergvleermuis de enige gebouwbewonende soorten in Twente? Zeker niet. Een soort die ook leeft en jaagt binnen de bebouwde kom is de gewone grootoorvleermuis. Deze soort maakt gebruik van een zeer divers palet aan zomerverblijfplaatsen: op zolders, onder dakpannen, in schuren, maar ook in spechtengaten en scheuren in bomen. De kraamkolonies kunnen zich eveneens op deze plekken bevinden. Tijdens het SMP 2026 zal niet gericht gezocht worden naar kolonies van deze soort. De reden?

De kolonies en het netwerk van verblijfplaatsen zijn via regulier veldonderzoek (batdetector en warmtebeeldcamera) niet goed te achterhalen (toevalstreffers daargelaten). Deze soort produceert ‘zachte’ sonargeluiden die moeilijk te detecteren zijn met de huidige batdetectors. Grootoren jagen voornamelijk op hun gehoor (vandaar die grote oren). Ze luisteren naar insecten die zich verraden door te bewegen om ze vervolgens van bladeren en takken te grissen.

Tijdens het telemetrieonderzoek 2025 zijn er gewone grootoorvleermuizen in de mistnetten gevlogen. Sommige dieren zijn gezenderd en dat heeft tot de ontdekking van minimaal drie kraamkolonies in Hengelo geleid. Het vermoeden is dat de gemeente in ieder geval zes kolonies van deze soort herbergt.

Verder maken ook rosse vleermuizen soms gebruik van gebouwen. Hetzelfde geldt voor de baardvleermuis. In Beckum is van die laatste soort een verblijfplaats gevonden gedurende het telemetrieonderzoek 2025. De dieren verbleven achter de gevelbetimmering van een horecapand. Verder zijn er tijdens het onderzoek watervleermuizen gezenderd en een bosvleermuis. De laatste twee soorten zijn strikt boombewonend. Ze komen (soms) wel foerageren binnen de bebouwde kom.

Een watervleermuiskolonie werd via telemetrie teruggevonden op een landgoed in Deurningen. De dieren verbleven daar in een oud spechtengat van een Amerikaanse eik langs de oprijlaan. De gezenderde en zeldzame bosvleermuis leidde naar een verblijfplaats in een zomereik in Enschede op een landgoed niet ver van de Grolsch Veste, het stadion van FC Twente.

Hanteer zelf nooit vleermuizen!

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus, gebouw- en boombewonend

Video: Jan Mannak

Zijn laatvlieger en gewone dwergvleermuis de enige gebouwbewonende soorten in Twente? Zeker niet. Een soort die ook leeft en jaagt binnen de bebouwde kom is de gewone grootoorvleermuis. Deze soort maakt gebruik van een zeer divers palet aan verblijfplaatsen: op zolders, onder dakpannen, in schuren, maar ook in spechtengaten en scheuren in bomen. De kraamkolonies kunnen zich eveneens op deze plekken bevinden.

Tijdens het telemetrieonderzoek 2025 zijn er gewone grootoorvleermuizen in de mistnetten gevlogen. Sommige dieren zijn gezenderd en dat heeft tot de ontdekking van minimaal drie kraamkolonies in Hengelo geleid. Het vermoeden is dat de gemeente in ieder geval zes kolonies van deze soort herbergt.

Verder maken ook rosse vleermuizen soms gebruik van gebouwen. Net als de zeldzamere baardvleermuis. In Beckum is van die laatste soort een verblijfplaats gevonden gedurende het telemetrieonderzoek 2025. Daarnaast zijn er toen meerdere watervleermuizen en een zeldzame bosvleermuis gezenderd. Dit zijn boombewonende soorten die ook jagen binnen de bebouwde kom. Van deze laatste twee soorten zijn kolonieverblijfplaatsen terug gevonden in een oude spechtengaten.

Hanteer zelf nooit vleermuizen!

Doelen VWT

Assisteren bij het SMP 2026

Focus op gewone dwergvleermuis en laatvlieger

Het eerste doel van VWT is om de gemeente Hengelo en ecologisch bureau Lycens te ondersteunen bij het in kaart brengen van de populaties gewone dwergvleermuizen en laatvliegers. Lycens gaat daartoe in de vroege ochtenduren vanaf half mei tot half juli 2026 op zoek naar zwermende vleermuizen. Dit zal aanvullende informatie opleveren naast het telemetrieonderzoek dat in 2025 is uitgevoerd.

Op de adressen waar zwermgedrag is waargenomen, dient dezelfde avond geteld te worden. Daarvoor zijn vrijwilligers nodig. Het is hartstikke leuk om deze dieren achter elkaar uit te zien vliegen. Soms zijn het er tien, een andere keer maar dan honderd!

We zullen vanaf 2027 de in kaart gebrachte kolonies van gebouwbewonende soorten blijven monitoren. Maar er zijn meer plannen:

  • Verblijfplaatsen (‘bat roosts’) van boombewonende soorten opsporen in bosplantsoenen, bossen en op landgoederen;
  • Potentiële verblijfbomen (met spechtengaten, scheuren etc.) voor boombewonende soorten systematisch vastleggen en blijven checken;
  • Winterverblijven (‘vleermuiskelders’) op landgoederen opknappen en wintertellingen uitvoeren;

video: Harvey Pearson

  • Onderzoek met batloggers en de sonogrammen (‘calls’) van vleermuizen analyseren met software.
  • Vleermuiskasten vervaardigen en ophangen

Genoeg plannen dus, maar daar is mankracht voor nodig. En het leuke aan vleermuiswerk? Er valt nog altijd veel te ontdekken over de leefwijze van deze unieke en ondergewaardeerde dieren.

Assisteren bij het SMP 2026

Focus op gewone dwergvleermuis en laatvlieger

We zijn een kersverse werkgroep. Het eerste doel is om de gemeente Hengelo en ecologisch bureau Lycens te ondersteunen bij het in kaart brengen van de populaties gewone dwergvleermuizen en laatvliegers. Lycens gaat daartoe in de vroege ochtenduren vanaf half mei tot half juli 2026 op zoek naar zwermende vleermuizen. Dit zal aanvullende informatie opleveren naast het telemetrieonderzoek dat in 2025 is uitgevoerd. VWT wil graag in contact komen met geïnteresseerden die willen assisteren.

video: Harvey Pearson

De plannen van VWT voor de toekomst. Als eerste zullen we de in kaart gebrachte kolonies van gebouwbewonende soorten blijven monitoren. Maar er zijn meer plannen, denk aan:

  • Daadwerkelijke verblijfplaatsen (‘bat roosts’) van boombewonende soorten opsporen in bosplantsoenen, bossen en op landgoederen;
  • Ook potentiële verblijfbomen (met spechtengaten, scheuren etc.) voor boombewonende soorten systematisch vastleggen en blijven checken;
  • Winterverblijven (‘vleermuiskelders’) op landgoederen opknappen en wintertellingen uitvoeren;
  • Onderzoek met batloggers en sonogrammen (‘calls’) van vleermuizen analyseren met speciale software.
  • Vleermuiskasten timmeren

Genoeg plannen dus, maar nogmaals stap voor stap. En het leuke aan vleermuiswerk? Er valt nog veel te ontdekken over de leefwijze van deze unieke en ondergewaardeerde dieren.

Contact

Stel je vraag

Vul je telefoonnummer in als je gebeld wilt worden.